Vijftig

 

"Heeft iemand mijn pijp gezien?" vroeg de kapitein, zichtbaar radeloos, zoekend op de plaatsen waar hij meestal zijn afgekloven en diep ingebrande vuurhaard onbezorgd neerlegde. Hij sprak deze woorden in zijn kapiteinshut waar geen mens behalve hijzelf aanwezig was. "Het moet toch niet gekker worden, hoor" vervolgde hij zijn smeekbede. Hij schrok even van het kloppen op de deur en direct bij het binnenkomen gebood de kapitein Jonas, die eigenlijk kwam met het probleem dat het luik van ruim 3 niet goed meer dicht ging, om mee te zoeken naar zijn onafscheidelijke en onmisbare kleinood. Na vijf minuten zoeken vroeg Jonas de inmiddels driftig geworden kapitein, ietwat onderdanig: "Welke pijp bedoelt u kapitein, toch niet die in uw mondhoek hangt?"

Als door een bliksemstraal getroffen zweeg de kapitein, geschrokken van zijn verstrooidheid.

"Het is in orde, Jonas", sprak de kapitein ineens weer beseffend dat er maar één kapitein is, "Je kunt wel weer gaan".

"Kapitein", stamelde Jonas, die eigenlijk zijn eigen probleem opgelost wilde zien. "Het is in orde Jonas, je kunt gaan".

Aan de ogen van de kapitein kon Jonas duidelijk opmaken dat het niet het juiste moment was om met een kleiner probleem dan de verdwijning van de pijp van de kapitein op de proppen te komen.

Op zee spreekt men zelden over leeftijden. Zelfs de jongste gezagvoerders worden "ouwe" genoemd. Maar deze ouwe realiseerde zich dat hij vijftig jaar geworden was. Maakte dat hem zo verstrooid? Immers aan boord tellen alleen de zeedagen bij het schatten van de leeftijd, en niet de waljaren al spelend doorgebracht in bos en hei.

IJdel keek de kapitein in de spiegel. Zijn verweerde gezicht deed vermoeden dat hij de zestig reeds lange tijd was gepasseerd.

Toch voelde hij zich geen vijftig en met rechte schouders bleef hij stoer en zichzelf sterk bewonderend nog even voor zijn vette spiegel staan.

In de praktijk ziet vrijwel elke kapitein er als een slome duikelaar uit. Zijn aanwezigheid zelf al bepaalt de aard van de kleine gemeenschap van het schip.

Wat gaat de tijd snel. Vijftig is voor velen een magisch getal hetgeen ook blijkt bij zichzelf respecterende kunstenaars, Paul, Cornelis en Christiaan die er zelfs een thema aan wagen voor Radio Hoorn. Kennelijk houdt het hun bezig, of zou het misschien de vijftigste uitzending zijn? In ieder geval is er over nagedacht en zal het bij velen de gemoederen bezig houden. Als je vijftig wordt, ben je al over de helft van de duimstok heen. Eigenlijk ben je aan het aftellen net als bij het spelletje verstoppertje of - op zijn Westfries - "opschuildertje". De kapitein herinnerde zich nog bij het kiezen van degene die hem "zijn" moest, het versje wat in die tijd nog ongecensureerd opgezegd kon worden: "Onder de brug daar zat een nikker en die nikker heette "ikkerdenikkerdenoknoknok", wie dat woordje zonder lachen uit kon spreken, hoeft hem niet te wezen". Vandaag de dag staan er direct vijftig demonstranten bij je voor de deur als je dit versje nog op durft zeggen Maar goed..... Vijftig jaar is 18250 dagen en 438.000 uur. Hoeveel heeft een mens nog te gaan? Dat weet gelukkig niemand. Wat houdt de mens zoal bezig: dat magische getal vijftig. Waarom moeten we vijftig kilometer rijden in de bebouwde kom en niet vijfenveertig of vijfenvijftig. Wat heeft Abraham of Sarah nu te maken met vijftig en waarom wordt een vijftig jarig huwelijk zo uitbundig gevierd? Moet je daar zo blij mee zijn om vijftig jaar naar hetzelfde gezicht te staren? De kapitein weet nog goed dat zijn oude vader in een intiem gesprek heel eerlijk tegen hem zei: "Als ik in deze tijd had geleefd, had ik niet zo zeker geweten of ik bij je moeder zou blijven". Vijftig jaar getrouwd was de ouwe reus. Hij bedoelde te zeggen dat je op een gegeven moment zult beseffen dat de kaarten bij vijftig zijn uitgedeeld en dat je het spel moet spelen met de troeven, die je in je hand houdt. Dit betekent op te houden met denken aan andere betrekkingen, andere huizen, andere vrouwen.

Wanneer je eenmaal beseft, dat hetgeen wat je nu bezit alles is wat je ooit zult krijgen, zul je een zucht van verlichting slaken. Want de man van middelbare leeftijd, die probeert verder te dartelen op grazige weiden van de jeugd is als een ongelukkige koopman, de uitgever van Kerstkaarten. Ieder jaar, jaar in jaar uit moet hij andere kerstklokken, andere roodborstjes en andere besneeuwde taarten met kaarsjes bedenken, tot hij eindigt als de radeloze drukker die "Gelukkig nieuwjaar" veranderde in "voor het nieuwe Annum"; een

delicieuze herwaardering". Toen hem gevraagd werd wat het betekende barste hij in tranen uit.

Maar... in plaats van je door de eerste grijze haren te laten hypnotiseren moet je ze verwelkomen als een zonsopgang, een lotusbloem die opengaat, want dat zijn zij. Om te beginnen ben je niet zo oud als je denkt en zorg over oud worden is een jongemannenzorg. Laat dus je grijze haren... en let goed op Christiaan, Paul en Cornelis ... groeien, want zo erg is vijftig worden niet en begin weer werkelijk plezier in je leven te krijgen, voor het eerst sinds je in je logboek schreef: "Ik weet niet wat er met mij aan de hand is, maar...

nu weet je het.

 

Ship ahoy!!

Klik hier voor originele vertelling op Radio Hoorn