Kritisch punt

 

"Er is geen weg meer terug, Jonas", sprak de kapitein emotieloos. Wat onrustig stond Jonas te dralen en te zweten in de kapiteinshut. Hij had een gesprek met de wijze kapitein aangevraagd, omdat hij tijdens het verblijf in de haven van Durban, absoluut niet de mooiste, maar wel de meest fascinerende van Zuid-Afrika, gedurende de hectische uitstapjes zijn hormonale huishouding de vrije loop had gelaten.

Het kon daar echt spoken. Voor de hoogste en meest woeste zeen had Jonas nimmer angst gehad, maar wat hem nu was overkomen had hij in zijn stoutste dromen niet kunnen denken. Altijd heeft hij geworsteld met zijn identiteit. Vrouwen hadden nooit een kans gekregen om zijn leven te beïnvloeden, maar aan de andere kant had hij manke Krelis, die verwoede pogingen deed om tijdens de lange eenzame reizen Jonas van zijn amoureuze bedoelingen te overtuigen, nooit de kans gegeven.

Vaak riep Jonas "Er zijn meer vrouwen dan kerken op de wereld".

Maar dit keer had voor Jonas het noodlot toegeslagen. "Ik ben straal verliefd, kapitein", stamelde hij op een bedompte toon alsof hij iets had gedaan waardoor door zijn toedoen het schip ten onder zou gaan. Vluchtig haalde hij een foto uit zijn zak, waarop een tiental dames stonden, die zo uit de promotiefilm van een toeristisch Zoeloedorp konden komen. Terwijl de kapitein naar de foto keek, fronste zijn wenkbrauwen op dezelfde manier toen hij voor een moeilijke situatie stond op het examen van de zeevaartschool.

"Voor het eerst in mijn leven sta ik op een kritisch punt of ik nu bij haar zal blijven of weer naar zee zal gaan, kapitein", vervolgde hij zijn speech. De kapitein keek over zijn leesbrilletje naar Jonas. "Dit is inderdaad een kritisch punt, Jonas", zei de kapitein met vaderlijke toon. "We hebben al naar een woning gekeken", voegde Jonas er nog snel achteraan. "Een imposante foto, maar wie is nu eigenlijk je geliefde? Voor mij lijken ze allemaal op elkaar", sprak de kap onbewogen.

Jonas deed een stap naar voren om zijn droom aan te wijzen. "Deze hier". Hij wees trillend het meisje aan wat zijn hart had gestolen. Zeker was hij niet van zijn zaak. "Nee, deze". "Nee, ook niet". Jonas werd steeds onrustiger. "Verdomd, nu weet ik het ook niet meer". Snel rukte hij de foto uit de hand van de kapitein. "Krijg nou wat, ze lijken inderdaad op elkaar," zei Jonas onthutst. Het leek wel een donderslag bij heldere hemel wat er met Jonas gebeurde. "Waar ben ik nu, Kapitein", stotterde Jonas verlegen. "Lieve jongen", sprak de kapitein. "Je bent weer terug op de niets vergevende aardbol". Jonas was weer helemaal bij de wereld. Maar toch met het respect voor de medemens wilde hij het meisje keurig vertellen, ondanks met het lood in de schoenen, dat hij van verdere toekomstplannen met haar afzag. "Ik ben zo weer terug, Kapitein," haastte jonas zich. De kapitein liet hem maar begaan. Buitenkomend op het dek zag Jonas alleen maar water. Ook dat kritisch punt was opgelost. Zij voeren al 100 mijl uit de kust.

Tot slot:

Geleid door begeerten rennen de mensen heen en weer als een gevangen haas. Laat daarom degene, die verlangt naar onthechting, begeerte terzijde stellen.

 

Ship ahoy!!

Klik hier voor originele vertelling op Radio Hoorn