Gastvrij
Majestueus lag het grote passagiersschip in de monding van de haven. Als je zo’n zeekasteel met een passagiersbezetting zo groot als het plaatsje Hoorn, voorbij ziet varen, kun je je niet aan de indruk ontrekken, dat men zich niet ergens trots zou voelen. Kapitein van zo’n zeekasteel te zijn is vreemd genoeg een bijzonder geestdodend en saaie bezigheid, of je moet er in slagen ervan bewust te blijven dat het een schip is, maar dan verschrikkelijk groot. De gastvrijheid op zo’n schip is van bijzondere kwaliteit. Eenzaamheid op zee, daar heeft de kapitein geen tijd voor. In ieder geval krijgt hij weinig tijd om van zijn eenzaamheid bewust te worden, omdat hij zich voortdurend beweegt in het societyleven aan boord en leeft als een burgervader. Dat leven slokt hem zo op dat hij nauwelijks tijd heeft om te varen. Eigenlijk is hij maar een eenvoudige treinbestuurder, die jaar in jaar uit zijn vaste route vaart en stiekem droomt dat er in de haven een sleepbootstaking uitbreekt, zodat hij zijn zeelobbes eigenhandig af kan meren zonder dat hij het gevoel krijgt, door de kleine bootjes die hem binnenhalen, dat zijn schip opgebaard ligt. Nee, geef mij maar het echte stoere werk op zee met de gastvrijheid van de kok, die alleen veel te wensen overlaat wanneer de bemanning zich klaar maakt voor walverlof. Dan heeft iedereen tegelijkertijd heet water nodig voor de grote scheerpartij in het manschapverblijf, beter bekend als de "oren en potendag". Hij is dan uit zijn humeur, mede door het voor zijn voeten lopen in de kombuis en gesnoef over "iemand die haar lol niet op kan, vannacht". Het verschil tussen de zeeman en de soldaat is dat de soldaat bij zijn verlof denkt aan ongelimiteerd en legaal verkrachten en de zeeman zich als "s wereld meest sublieme minnaar ziet, die de door gastvrijheid volgestouwde dames, uitzinnig van onbeschrijflijk genot knorrend, op de sofa achterlaat. Er zullen vrouwen zijn die aan de soldaat de voorkeur geven boven de zeeman, hoewel ze er nooit voor uit zullen komen. Vreemd is dat zeelieden, meer bemind dan de zandhazen een aanzienlijk stuk minder tevreden zijn met het resultaat. Vaak denkt de zeeman aan thuis, waar moeder de vrouw hem gastvrij onthaalt. Als zeeman is er maar een thuis en dat is de zee. Wanneer je eindelijk je intrek neemt om de rest van je leven met je vrouw te delen dan merk je dat je eigenlijk aan het logeren bent. Dat is de enige prijs die je als zeeman moet betalen voor je ontiegelijk lange, bijna levenslange afwezigheid. De eerste maand voel je je net een gevangene, dat het eindelijk thuis zijn meer een achtergrond is geweest voor je dromen en je tot de ontdekking komt dat je gewoon aan het logeren bent in het huis van je vrouw. "Voeten vegen" en met zweet op je voorhoofd doe je het dan maar. Vroeger hoorde je haar er nooit over, omdat je vrijwel dadelijk weer naar zee ging. Toen genoot je nog met volle teugen van de gastvrijheid van moeder de vrouw. Bij definitieve thuiskomst moet je moeders meenemen voor, zoals de Zuid-Afrikanen zeggen, "virn een lange, lange trip", een verre reis van een jaar rond de wereld en dan samen thuiskomen. Je zult intens genieten van de gastvrijheid van de diverse bevolkinggroepen. En dan wordt je meer gewaardeerd als je spontaan de donkere huiskamer van het bloemetjesbehang afhelpt en dan zullen de schemeravonden heel gezellig zijn, met op de tafel de ossenworst van Keurslager Groot van de Savorin Lohmanstraat. Moeders zal babbelen en gelukkig zijn en je kunt met een tevreden glimlach indommelen bij de snorrende kachel kijkend naar de bewegende schemerlamp die net de documentaire "Gek van de Zee"(Henk de Velde) uitzendt. Jouw echte thuis! Om vijf uur lekker met de buurman naar je stamcafé de Kapiteinshut met zijn unieke gastvrijheid, die hoogstens verstoord kan worden wanneer je de rekening niet kan betalen. De buurman, die je gastvrij behandelt, is als ware het een passagier, die jou ten gevolge als kapitein zal behandelen en dat is uiteindelijk wat je als zeeman wilt.
Ship ahoy!! Klik hier voor originele vertelling op Radio Hoorn
|