Pikdonker
Het was pikkedonker, je kon geen hand voor ogen zien. Gitzwart was de lucht. Moederziel alleen dreef de Ms Zaandam op de grote waterplas. De motoren waren uitgevallen alsmede de generatoren. Met kaarsen moesten zij zich bedruipen. Doel van de reis was dit keer Kaapstad, Zuid-Afrika. Voor de twee zwarte verstekelingen, die zich tijdens bevoorrading van de Ms Zaandam in Porto, hadden verschanst onder de reddingsboten, een simpel plekje, waar niemand meer aan zou denken, was het nog even uitstellen om weer voet aan vaste Afrikaanse wal te zetten. Zij waren nakomelingen van de in de 17e eeuw door Nederlanders verhandelde Afrikaanse slaven. Nadat in 1865 voorgoed een einde aan de slavernij was gemaakt, waren hun pikzwarte voorouders blijven hangen in Europa. Voor deze twee "blackbrothers" bleef het onweerstaanbare verlangen leven om naar de "roots" terug te keren. Zo kwam het dat zij hadden besloten om, bij gebrek aan geld en geldige papieren, via het kabelgat aan boord van de Ms Zaandam te glippen. Ze werden opgeschrikt door het onrustig heen en weer geloop van de bemanning, die met man en macht probeerde de boel weer opgang te krijgen. De twee keken elkaar aan en dachten hetzelfde. Dit is een unieke kans om even de benen te strekken. Omdat het zo pikkedonker was kon men de gezichten nauwelijks zien en slechts aan het lopen van bepaalde mensen kon je enigszins opmaken wie het was. Zo kon je bijvoorbeeld heel eenvoudig horen dat manke Krelis langs kwam met zijn zeer herkenbaar loopje op zijn, van speciale "antilopenleer" in elkaar geflanste schoenen. Kortom de twee hadden besloten een ommetje te maken en maakten van de gelegenheid gebruik een bezoek te brengen aan de bevoorradingskamer van de scheepskok. Hongerig als zij waren vonden zij via de reukorganen en op de tast de lokkende worsten van Keurslager Groot van de Savorin Lohmanstraat te Zaandam. Hun spierwitte tanden die in de pikdonkere ruimte bijna lichtgevend waren, sneden zich gretig in de pittig gekruide lekkernij. Plotseling hoorden zij dat de motoren weer langzaam op gang kwamen en haasten zij zich weer naar hun schuilplaats. Inmiddels had manke Krelis van de gelegenheid gebruik gemaakt om zich te goed te doen aan de Hankey Bannister whisky en liep luid roepend en zich met een hand vasthoudend aan de mast: "Wie mij nuchter wil spreken, moet zich haasten". Inmiddels had de zon zich ook weer gemeld en was de pikdonkere lucht weer geheel opgeklaard. In de verte doemde het vaste land van Zuid-Afrika op. De bedrijvigheid in de haven van Kaapstad, ontstaan in de 17e eeuw rond het fort van Jan Van Riebeeck, was van verre afstand reeds te horen. Langzaam en behendig en met enige trots stuurde de kapitein de Ms Zaandam tussen de zeekolossen naar de kade. Verbaasd werd de bemanning onthaald door het zingen van het Kapiteinskoor uit Zaandam, dat toevallig een optreden moest verzorgen op de vliegbeurs voor de South African Airways. De twee verstekelingen kwamen er zelfs voor uit hun schuilplaats en zagen dat de voorzanger van het Kapiteinkoor dezelfde pikdonkere kleur bezat. De man noemt zich ook terecht: de enige blanke in het koor. En met tranen in hun ogen bij deze thuiskomst zongen zij met het Kapiteinskoor mee: "O, bring mij terug nar die ou Transvaal, daar waar mij Sarie woon." Wel beste lezers... inmiddels weten ze in Zuid-Afrika dat uw kapitein er aanwezig was met het Kapiteinskoor. Ik hoop ooit nog eens een nauwkeurig verslag van de lange, lange trip te kunnen doen. En in die tussentijd probeer ik de associatie "pikdonker" uit te dokteren. Maar In ding weet ik wel in deze duisternis: "Haat wordt in deze wereld nooit tot vrede gebracht door haat; het wordt tot vrede gebracht door liefde. Dit is een eeuwige wet."
Ship ahoy!! Klik hier voor originele vertelling op Radio Hoorn
|